Een inloopkast maak je zelf in een lege hoek of onder een schuin dak: zo kies je de plek, de materialen en de indeling.
Een inloopkast hoeft geen luxe van grote slaapkamers te zijn. Met een lege hoek, een deel van een overloop of een smalle ruimte onder een schuin dak maak je er zelf een. Het draait niet om vierkante meters, maar om slim indelen. En zelf bouwen is een stuk goedkoper dan een kant-en-klaar kastsysteem laten plaatsen.
Kies de juiste plek
Kijk rond naar ruimte die je nu half gebruikt: het uiteinde van de slaapkamer, een brede overloop, de zolder onder het schuine dak of een diepe kast die je openbreekt. Een strook van zestig centimeter diep is al genoeg om aan een kant op te hangen. Heb je meer dan twee meter breedte, dan kun je aan twee kanten werken met een looppad in het midden. Meet alles goed op, ook de hoogte, want juist bovenin win je veel opbergruimte.
Open systeem of dichte kasten
Een open systeem met stangen en losse planken is het snelst en goedkoopst. Je ziet alles hangen, wat handig kiezen maakt maar wel netjes moet blijven. Wil je rust, hang dan een gordijn of schuifdeur voor de boel. Kant-en-klare railsystemen (denk aan de Algot- of Boaxel-strips van IKEA) schroef je zo aan de muur en pas je eindeloos aan. Liever helemaal zelf, dan werk je met planken en ophangbuizen uit de bouwmarkt.
Wat je nodig hebt
Een klein lijstje om mee te beginnen:
- Wandrails of stevige plankdragers
- Planken op maat plus een of meer kledingroedes
- Schroeven en de juiste pluggen voor jouw muur
- Een accuboormachine, waterpas en rolmaat
- Manden of dozen voor kleine spullen
- Eventueel een gordijn of railgordijn als afsluiting
Slim indelen
Verdeel de ruimte in zones: lange kledingstukken als jassen en jurken aan een hoge roede, shirts en broeken aan een lagere, en planken of manden voor truien, tassen en schoenen. Reken op ongeveer honderd centimeter hoogte voor lang hangwerk en zo’n honderdtwintig voor dubbel ophangen van korte stukken. Zet dingen die je dagelijks pakt op ooghoogte en berg seizoensspullen bovenin op. Een spiegel en een krukje maken van de kast meteen een fijne aankleedhoek.
De afwerking maakt het af
Goede verlichting is het verschil tussen een rommelhok en een echte inloopkast: een simpele ledstrip of een paar spots doen wonderen, zeker onder een schuin dak waar weinig daglicht komt. Werk met dezelfde manden en hangers voor een rustig beeld, dat oogt direct verzorgd. Materialen en railsystemen vind je bij de bouwmarkt en bij woonwinkels als IKEA, en voor manden en een spiegel scoor je tweedehands vaak leuke, betaalbare stukken.
Handig om vooraf te bedenken
Loop in gedachten een ochtend door je nieuwe kast: waar hangt je jas, waar liggen je schoenen, waar pak je snel een schone trui. Die volgorde bepaalt je indeling meer dan een mooi plaatje op Pinterest. Houd ook wat lege ruimte over voor als je spullen erbij krijgt, want een inloopkast raakt sneller vol dan je denkt. Een strook open planken laat zich later makkelijk aanvullen met een extra mand of roede.
Veelgestelde vragen
Hoeveel ruimte heb ik minimaal nodig voor een inloopkast?
Een strook van zestig centimeter diep is genoeg om aan een kant op te hangen. Vanaf twee meter breed kun je aan twee kanten werken met een looppad ertussen.
Wat is handiger, een open systeem of dichte kasten?
Een open systeem is sneller en goedkoper, maar moet netjes blijven. Wil je rust in het beeld, hang er dan een gordijn of schuifdeur voor.
Op welke hoogte hang ik de kledingroedes?
Reken op ongeveer honderd centimeter voor lange stukken en zo’n honderdtwintig als je korte kleding dubbel boven elkaar wilt ophangen.

